Artikel 4

Gebruik en beheer bankrekening en rentedragende spaarrekening


ARTIKEL 4

  1. De vergadering machtigt het bestuur tot het verrichten van financiële handelingen die volgens de door de ledenvergadering goedgekeurde begrotingsposten zijn voorzien. (Akte Art. 38-2)
  2. Voor het verstrekken van een opdracht tot levering van goederen of diensten en voor de betaling daarvan moet een functiescheiding zijn ingesteld. Het bestuurslid dat de opdracht verstrekt, mag geen opdracht tot betaling geven.
  3. Over een uitgave die een begrotingspost met 10% of meer te boven gaat, dient de vergadering te worden geraadpleegd conform artikel 38 van de akte van ondersplitsing. (Akte Art. 38-2).
  4. Het is het bestuur toegestaan om financiële handeling uit te besteden aan een administratief beheerder onder de voorwaarde dat hiervoor een door het bestuur getekende opdrachtverlening voorhanden is. (Akte Art. 41-3).
  5. Twee eigenaars, die daartoe door de vergadering zullen worden aangewezen, machtigen het bestuur, eerst na schriftelijke machtiging van de vergadering daartoe verstrekt, om gelden, anders dan die ter bestrijding van de gewone jaarlijkse kosten, over te boeken van de spaarrekening naar de bankrekening. (Akte Art. 32-3).
  6. Het is het bestuur niet toegestaan om deze financiële overboeking vanuit een spaarrekening uit te besteden aan administratief beheerder.